Al een tijdje ben ik bezig met het produceren van schotels, waarvan het ontwerp een hybride is tussen standaard schoteltjes en de rugschilden van krabben.


De schoteltjes zijn onderdeel van een groter idee voor een servies gebaseerd op hybriden tussen serviesgoed en verschillende schaaldieren. Als de schotels aanslaan, vul ik het servies aan. Zo heb ik al eens aan een ontwerp voor een kruising tussen een karaf en een garnaal gewerkt.

Ik ben al een hele tijd met de schoteltjes bezig, maar pas sinds een paar maanden echt serieus. Met hulp van Odette Frijters van Atelier Odette – zij weet daadwerkelijk hoe je met keramiek moet omgaan, terwijl ik altijd maar een beetje aanklooide.
Mijn ambitie was om de schotels in porselein uit te voeren. Porselein is een waanzinnig mooi materiaal: het is zuiver wit, heeft een fijne structuur, en je kunt het ontwerp heel dun uitvoeren. Het wordt op hoge temperatuur gebakken – 1300 ºC, veel hoger dan andere keramiek. Op die temperatuur wordt het een beetje glasachtig, en subtiel doorschijnend.


Groot nadeel van porselein is echter dat het enorme kapsones heeft. Zolang het nog niet is afgebakken is het ontzettend fragiel, waardoor je veel verliest in het productieproces. Nog veel frustrerender: het heeft de neiging om sterk te vervormen in de oven, en daar is niet veel aan te doen. De schoteltjes zakken in elkaar, of trekken zelfs helemaal krom:

De afgelopen maanden hebben we de porseleinen schoteltjes op een aantal verschillende manieren geprobeerd te bakken, maar de vervorming blijft. Dat is heel jammer, maar de enige oplossing is om de schoteltjes toch maar in een ander materiaal uit te voeren.
Dat ben ik nu aan het doen: de schoteltjes in steengoed produceren. Ook een mooi materiaal, en het werkt een stuk makkelijker. De eerste geglazuurde testjes staan nog in de oven, dus het is even afwachten hoe ze er uit komen – maar ik heb goede hoop.