Dit artikel van Blinde Paniek stond in maart 2016 in de nieuwsbrief van Naturalis After Dark. Aanrader trouwens, die nieuwsbrief!
Waar de Nederlandse natuur voorzichtig positieve trends laat zien, is de status van het huidige bestand natuuronderzoekers ronduit zorgelijk. Zoveel blijkt uit het rapport ‘Natuurvorsers in Nederland’, dat tegelijkertijd met het Living Planet Report is verschenen.
Habitatverlies
Onderzoeker Robbert van Strien, nauw betrokken bij de totstandkoming van het rapport, vat de trends samen: “Ruwweg zien we bij alle onderzoeksgebieden dezelfde problemen: de verjonging van het onderzoekersbestand hapert, en met het naderen van de pensioenleeftijd verzuurt een aanzienlijk deel van de natuuronderzoekers.” Opvallend is ook dat er in de loop der jaren veel geschikte habitat verloren is gegaan door de opkomst van digitalisering. Co-auteur van het rapport Julie de Graaf legt uit: “In het verleden was er op onderzoeksinstituten een groot aanbod aan papieren rapporten, onderzoeken en artikelen, die overal en nergens in grote stapels werden neergelegd. Dat creëerde allerlei kleine hoekjes waar biologen min of meer ongezien hun werk konden doen.” Die muffige en donkere habitats hebben in het kader van de digitalisering in hoog tempo plaatsgemaakt voor lichte, open ruimtes, en daarmee verdwenen de omstandigheden waaronder natuurvorsers gedijen. De Graaf: “Het zijn niet echt ‘mensen-mensen’, als je begrijpt wat ik bedoel.”
Mislukte campagne
De verzuring van de bestudeerde onderzoekers is overal groot, maar neemt nergens zulke schrikbarende proporties aan als onder vogelaars. “Vogelkijkhutten zijn giftige hotspots van mopperende grijsaards geworden”, aldus Van Strien. Problemen met verjonging spelen een kleine rol bij de onderzoeksgebieden met relatief veel ‘sex-appeal’, zoals vlinders en zoogdieren, terwijl er amper jonge onderzoekers opduiken in de kringen van insecten- of paddestoelenexperts. “Vooral die laatste groep heeft het zwaar” bevestigt De Graaf, “getuige ook hun wanhoopsoffensief van vorig jaar.” In de zomer van 2015 probeerden de schimmelonderzoekers bij de actualiteit aan te haken en jonge aanwas aan te trekken met de campagne ‘alle tieners zeggen ja tegen psilocybe semilanceata’ – de campagne sloeg niet aan. “Het is de Latijnse naam van drugs-paddo ‘puntig kaalkopje’, maar als je zo’n campagne moet uitleggen, is het gewoon niet grappig”, meent De Graaf. “Het maakt slechts pijnlijk duidelijk dat je de taal van de jeugd totaal niet spreekt.”
Persoonlijke band
Saillant detail: onderzoeker Van Strien heeft een zeer persoonlijke band met het onderwerp van het rapport. “Allebei mijn ouders zijn natuurvorser, en hebben zelfs bijgedragen aan het Living Planet Report.” Ziet hij de hierboven geschetste trends terug bij zijn ouders? “Nou, je zoekt natuurlijk al snel de verklaring voor bepaald gedrag in de algemene trends die je hebt onderzocht, maar het is belangrijk om onderscheid te maken tussen persoonlijke observaties en statistische trends. Het blijven individuen, hè, er is niet meteen sprake van permanente verzuring als ze een keer een slecht humeur hebben. Maar natuurlijk maak ik me zorgen: ze worden tegenwoordig steeds sneller chagrijnig als ik een paar tientjes kom lenen om naar het café te gaan.”